Verliest mijn kind zijn tegemoetkomingen als hij/zij gaat werken?

Helaas, op deze vraag is er geen pasklaar antwoord. Elke (gezins)situatie is immers uniek en heeft zijn eigen uitkomst/antwoord. Wat wel zeker is, is dat er erg veel onduidelijkheid en mythes over de invloed van loon op de tegemoetkomingen bestaan. Dit zorgt er voor dat er dat de stap naar verloonde arbeid op een inclusieve werkplek vaak een drempel is. Dit terwijl er vaak meer mogelijk is dan we zelf denken!

Hieronder hebben we getracht om op de meest gestelde vragen rond de invloed van loon op de tegemoetkomingen een antwoord te geven. Zit jouw antwoord er niet tussen of zijn er zaken voor jou niet duidelijk. Aarzel niet om contact op te nemen met Matthias (Steunpunt voor Inclusie) of Herman (Gezin en Handicap). Of neem rechtstreeks contact op met de maatschappelijk assistenten van de FOD.

Simuleer de IVT/IT

Veelgestelde vragen

Als persoon met een handicap kan je recht hebben op een financiële tegemoetkoming. Op welke tegemoetkomingen je recht hebt, is afhankelijk van jouw persoonlijke situatie.

Een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) is een uitkering bedoeld voor personen die door hun handicap minder (minstens 1/3de) kunnen verdienen.
Een integratietegemoetkoming (IT) is een uitkering om een deel van de (meer)kosten die je hebt als persoon met een beperking op te vangen.

Meer info kan je terugvinden op de website van KVG of de Vlaamse overheid.

Als het inkomen van je kind, waar bij het berekenen van de tegemoetkomingen is rekening gehouden (bijvoorbeeld inkomen uit arbeid), is weggevallen en niet vervangen is door een ander inkomen (bijvoorbeeld werkloosheidsuitkering) dan kan je kind onmiddellijk opnieuw de volledige tegemoetkoming vragen (en krijgen).

Een belangrijke vuistregel die we hiervoor kunnen meegeven is dat je kind, mits behoud van de erkenning, er financieel pas op vooruit zal gaan als hij/zij netto meer verdient dan zijn/haar inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT). Wil je graag een exacte berekening en/of toelichting dan verwijzen we graag naar de maatschappelijk assistenten van de FOD.

Naast het louter financiële luik zijn er echter ook nog tal van andere voordelen verbonden aan het feit dat je gaat werken die het de moeite waard maken om de stap te zetten.

Mits je kind zijn medische erkenning blijft behouden is het ergste dat kan gebeuren dat hij/zij terugvalt op de tegemoetkoming die hij/zij initieel had.

Heeft je kind een erkenning van onbepaalde duur dan heeft het feit dat je kind zou starten met werken hier op geen enkele manier een invloed op. Het feit dat je kind zou beginnen werken is puur een administratief gegeven.

Heeft je kind een tijdelijke erkenning en is hij/zij gestart met werken dan kan dit op het moment van een herziening meespelen en kan je kind de erkenning ‘verliezen’. Indien dit laatste het geval zou zijn, kan deze wel steeds opnieuw worden aangevraagd als het niet langer lukt om te gaan werken.

Woont je kind nog thuis dan heeft het belastbaar inkomen van de ouder(s) geen invloed op zijn/haar uitkering. Voor de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming behoor je tot categorie A.

Je moet je inkomsten niet aangeven, maar het FOD vraagt wel om te signaleren wanneer je start met werken. Dit mag eenvoudig via het contactformulier.

Ben je dit vergeten melden, geen paniek! Normaal krijgt het FOD deze informatie ook door via de kruispuntbank.

De onkostenvergoedingen of bijdragen die je kind ontvangt voor het vrijwilligerswerk dat hij/zij doet worden niet in rekening gebracht als het een bepaald bedrag niet overschrijdt. Meer info over deze bedragen en de regels hierover kan je hier terugvinden.

De IVT en IT van je kind worden pas aangepast na een herziening op 31/12 van het jaar 20XX. Een herziening zal enkel gebeuren op voorwaarde dat je kind in het jaar 20XX minstens 3 maanden heeft gewerkt en gaat in op 1/02/20XX+1. Dit betekent met andere woorden dat pas ten vroegste het jaar nadat je kind is gestart met werken zijn/haar IVT en IT aangepast zal worden.

Heeft je kind meer dan 3 maanden gewerkt in 20XX, maar is er geen zicht op een verdere tewerkstelling in 20XX+1 en er is geen recht op een ander inkomen, dan volgt er ook geen herziening. Belangrijk is wel dat je dit dan aangeeft aan de FOD.

Voorbeeld 1: Sarah start in november 2020 deeltijds te werken in een winkel. Omdat zij in 2020 slechts 2 maanden heeft gewerkt, zal er op 31/12/2020 geen herziening gebeuren. In 2021 zal Sarah dus haar IVT en IT behouden en daarboven haar loon ontvangen zolang de tewerkstelling duurt. Heeft zij eind 2021 meer dan 3 maanden gewerkt, dan zal er een herziening gebeuren op basis van haar inkomsten in 2021. In 2022 zal haar IVT en IT dus worden aangepast.

Voorbeeld 2: Imran start in de zomervakantie van 2020 met werken. Op het einde van 2020 heeft hij meer dan 3 maanden gewerkt, waardoor er op 31/12/2020 een herziening zal gebeuren. Op 1/01/2021 zullen zijn tegemoetkomingen (IVT en IT) aangepast zijn.

De spreekwoordelijke ‘prijs van de liefde’ is sinds 1 januari 2021 officieel afgeschaft. Dat betekent dat het inkomen van de inwonende ‘partner’ (de niet-verwante persoon waarmee je kind een huishouden vormt) niet meer in rekening gebracht voor de integratietegemoetkoming. Voor de inkomensvervangende tegemoetkoming is dit niet het geval en zullen de inkomsten van de partner mee genomen worden in de berekening.

De leeftijdsverlaging van de IT en IVT is een beslissing van de Vlaamse regering. Omdat de verhoogde kinderbijslag (zorgtoeslag) federale materie en hier actueel (dd 1/04/2021) nog geen wijziging is in gebeurd heeft het aanvragen van je IT en IVT geen invloed op de verhoogde kinderbijslag.

Je vraagt m.a.w. dus best zo snel mogelijk een IT/IVT aan als je denkt dat je kind hier recht op heeft. Ook al heeft hij/zij een zorgtoeslag.