Laat ondersteuning het leven volgen
We kiezen allemaal graag wanneer we opstaan en gaan slapen, waar en met wie we wonen, of we werken of studeren, wie we ontmoeten en hoe we onze dag indelen. Het lijken alledaagse keuzes, maar precies daarin zit zelfbepaling: richting kunnen geven aan je eigen leven. Voor mensen met een beperking hangen die keuzes nog te vaak af van de ondersteuning die beschikbaar is. Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) wil in haar conceptnota voor een vernieuwd, geïntegreerd zorg & ondersteuningsbeleid de bestedingsregels voor persoonsvolgende financiering aanscherpen, met meer nadruk op handicapspecifieke ondersteuning, gedeelde zorg en een eenduidiger bestedingskader.
Wachtlijst
Op 31 december 2025 stonden 17.889 mensen in de prioriteitengroepen op de wachtlijst voor een persoonsvolgend budget. Velen van hen krijgen al een vorm van ondersteuning van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), maar wachten op een budget dat intensievere ondersteuning of het anders organiseren van hun ondersteuning mogelijk maakt. Het systeem wordt hervormd en daarbij dreigt een fundamenteel uitgangspunt uit beeld te verdwijnen: ondersteuning moet mensen in staat stellen hun leven vorm te geven. Niet hun leven doen passen binnen de ondersteuning die beschikbaar is.
Persoonsgebonden ondersteuning is vanuit die gedachte van autonomie ontstaan. Voor de ene persoon is wonen in een voorziening een bewuste keuze. Een andere persoon wil zelfstandig wonen met persoonlijke assistentie. Een kind heeft ondersteuning nodig om naar een gewone school te gaan, mee op kamp te kunnen of deel te nemen aan dezelfde vrijetijdsactiviteiten als leeftijdsgenoten. Er bestaat geen ideaal model dat voor iedereen past, maar het gaat over werkelijke keuzemogelijkheden.
Beperking past niet in administratief vakje
Ondersteuningsnoden laten zich niet mooi afbakenen in vooraf bepaalde categorieën van handicapspecifieke zorg. Twee mensen met dezelfde diagnose kunnen in dezelfde situatie toch andere ondersteuning nodig hebben. De ene persoon met het syndroom van Down fietst zelfstandig naar het werk, een andere heeft begeleiding nodig om met de bus op de juiste bestemming te raken of woont afgelegen en moet een taxi nemen. Een beperking is geen individuele aangelegenheid, maar hangt af van de contexten waarin mensen leven.
Het is niet de diagnose die bepaalt welke ondersteuning nodig is, maar wat iemand nodig heeft om te participeren en welke barrières daarvoor in de weg staan. Het is dus riskant om steeds strakker vooraf vast te leggen wat wel en wat niet als handicapspecifieke ondersteuning telt. De centrale vraag zou niet moeten zijn in welk administratief vakje de beperking past, maar of ze iemand in staat stelt mee te doen én mee te tellen. Ondersteuning moet het leven volgen, niet omgekeerd.
Netwerk
Wanneer professionele ondersteuning ontbreekt, onvoldoende is, te star georganiseerd wordt of te laat komt, verdwijnen de ondersteuningsnoden van een persoon met een beperking niet. Wel verschuift de ondersteuning dan naar ouders, partners en kinderen.
Hun betrokkenheid is waardevol en noodzakelijk, maar een ondersteuningssysteem kan niet veronderstellen dat zij onbeperkt beschikbaar zijn. Wie minder gaat werken om ondersteuning op te nemen, betaalt daarvoor een prijs in inkomen, loopbaan en pensioen. Wanneer een partner structureel een groot deel van de ondersteuning draagt, kan een grote afhankelijkheid ontstaan. De rol van hulpverlener dreigt dan die van partner, ouder of kind te overschaduwen.
Bovendien kan niet iedereen rekenen op een stevig netwerk. Noem het een kwestie van sociale rechtvaardigheid. Een volwaardige keuze voor inclusie kan alleen bestaan, als de ondersteuning niet afhankelijk is van de draagkracht van het persoonlijk netwerk. Inclusie mag geen privilege zijn van mensen met voldoende familie, tijd, geld of sociale contacten.
Persoonlijke assistentie is meer dan een manier om zorg te organiseren. Ze kan iemand in staat stellen om te werken, naar school te gaan, te sporten, vrienden te ontmoeten, een gezin uit te bouwen of zich te verplaatsen. Ze geeft mensen met een beperking controle over waar, wanneer en door wie ondersteuning wordt geboden. De discussie over het belang van persoonsgebonden ondersteuning gaat niet alleen over zorg en welzijn, maar ook over burgerschap. Het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap koppelt zelfstandig leven aan inclusie in de samenleving. Daarbij staan keuze en controle over het eigen leven, toegang tot individuele ondersteuning en het vermijden van institutionele afhankelijkheid centraal.
Besparen op handicapspecifieke ondersteuning en tegelijk verwachten dat reguliere diensten die ondersteuning opvangen, zoals Gennez aankondigt, biedt geen vanzelfsprekende uitweg. Zij kampen zelf met wachtlijsten, personeelstekorten en capaciteitsproblemen. Bovendien zijn veel diensten onvoldoende toegankelijk voor mensen met complexe of intensieve ondersteuningsnoden. De beweging naar meer inclusieve reguliere dienstverlening is noodzakelijk, maar kan alleen slagen wanneer ook daar voldoende middelen, expertise en toegankelijkheid aanwezig zijn. Anders wordt inclusie een ander woord voor het verschuiven of verminderen van ondersteuning.
Budgettaire keuzes zijn onvermijdelijk, maar ze grijpen rechtstreeks in op het leven van mensen met een beperking. Ondersteuning organiseren vanuit wat financieel of organisatorisch beschikbaar is, heeft ook gevolgen: het kan leiden tot minder regie, minder participatie en grotere afhankelijkheid. Dit zien we ook in andere Europese landen. Daarom gaat deze hervorming over meer dan geld. De echte vraag is: welk leven willen we voor mensen met een beperking mogelijk maken? Wat op papier budgettaire keuzes lijken, bepaalt in de dagelijkse realiteit hoeveel regie mensen over hun eigen leven hebben en of inclusie een volwaardige keuze kan zijn.
Gesteund door:
- Elisabeth De Schauwer – Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Inge Van de Putte – Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Inge Verhaegen – Cluster Mens en Samenleving, Odisee Hogeschool
- Stijn Vandevelde – Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Sarah De Pauw – Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Wouter Vanderplasschen – Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Geert Van Hove – Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Hanne Vandenbussche – Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Bart Moens – Onderzoeker HRM, Odisee hogeschool
- Joris Van Puyenbroeck – Bacheloropleiding Gezinswetenschappen, Odisee Hogeschool
- Gianni Loosveldt – Bachelor Gezinswetenschappen en Orthopedagogie, Odisee Hogeschool
- Tanja Nuelant – Clusterdirecteur Mens en Samenleving, Odisee Hogeschool
- Elke Emmers – Vakgroep Educatieve Studies, Uhasselt
- Toon Benoot – Centrum Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek, UGent
- Rudi Roose – Centrum Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek, UGent
- Griet Roets – Centrum Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek, UGent
- Dries Cautreels – Centrum Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek, UGent
- Bea Maes – Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek, KUL
- Ilse Noens – Onderzoekseenheid Gezins- en Orthopedagogiek, KUL
- Beno Schraepen – Onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij, AP Hogeschool
- Leen Sebrechts – Docent in Sociaal werk en HRM, AP Hogeschool
- Veerle Portael – Opleidingshoofd Bachelor in Orthopedagogie, AP Hogeschool
- Annelies Colliers – Onderzoeksgroep handicapstudies, UAntwerpen
- Stefanie Holvoet – Opleidingshoofd Bachelor in Orthopedagogie en Graduaat Orthopedagogische begeleiding, Vives Hogeschool
- Katia Perquy – Opleidingshoofd Orthopedagogie – Departement Sociaal Agogisch Werk, Hogent
- Jessica De Maeyer – Coördinator Equality//Research Collective, Hogent
- Marco Lombardi – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent
- Armando Monteleone – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent
- Jurgen Maegerman – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent
- Pauline Laermans – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent
- Mieke Ghesquiere – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent
- Silke Daelman – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent
- Cis De Waele – Onderzoeker Equality//Research Collective en lector Sociaal Werk, Hogent
- Katrien De Munck – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent
- Remco Mostert – Bacheloropleiding Orthopedagogie – Departement Sociaal Agogisch Werk, Hogent
- Jef Ketelslegers – Bacheloropleiding Orthopedagogie – Departement Sociaal Agogisch Werk, Hogent
- Claudia Claes – Decaan Faculteit Mens en Welzijn, Hogent en Gastprofessor aan Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Clara De Ruysscher – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent en Postdoc onderzoeker Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Evy Meys – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent en Postdoc onderzoeker KUL
- Evelien De Maesschalck – Onderzoeker Equality//Research Collective, Hogent en Onderzoeker Centrum Orthopedagogiek en Disability Studies, UGent
- Elisabeth Cans – Coördinator onderzoeksgroep Inclusive Society, Hogeschool UCLL
- Izabel Janssens – Banaba Buitengewoon Onderwijs Heverlee, Hogeschool UCLL
- Inge Ranschaert – Affliatie met Banaba Buitengewoon Onderwijs Heverlee, Hogeschool UCLL
- Hannah Boonen – Onderzoeker in Inclusive Society, Hogeschool UCLL
- Evi Neven – Opleidingsverantwoordelijke PBA Orthopedagogie & Postgraduaten, Hogeschool UCLL
- Marleen Weckx – PBA Orthopedagogie, Hogeschool UCLL
- Kathleen Lantin – PBA Orthopedagogie, Hogeschool UCLL
- Bea Van Robaeys – Onderzoekscentrum Sociale Inclusie, Karel de Grote hogeschool
- Veerle Soyez – Onderzoekscentrum Sociale Inclusie, Karel de Grote hogeschool en Faculteit Psychologie en Educatiewetenschappen, VUB
- Liesbeth Bosteels – Expertisecentrum Zorg en Welzijn, Thomas More Hogeschool
- Eva Staels – Expertisecentrum Zorg en Welzijn, Thomas More Hogeschool
- Jo Daems – Expertisecentrum Zorg en Welzijn, Thomas More Hogeschool
- Karen Van de Putte – Opleidingsteam van bachelor in Ergotherapie, Arteveldehogeschool
- Lies Delameilleure – Opleidingsteam van graduaat in Orthopedagogische Begeleiding, Arteveldehogeschool
- Marijke Wilssens – Onderzoeker Expertisecentrum Onderwijs, Arteveldehogeschool
- Lies Van Peperstraete – Onderzoeker Expertisecentrum Onderwijs, Arteveldehogeschool
- Leen Vandesande – Onderzoeker Expertisecentrum Onderwijs, Arteveldehogeschool
- Joke Janssens – Onderzoeker Expertisecentrum Onderwijs, Arteveldehogeschool
- Elisa Vandenbussche – Onderzoeker Expertisecentrum Onderwijs, Arteveldehogeschool
- Sofie De Backer – Opleidingsteam van bachelor in Pedagogie van het Jonge Kind, Arteveldehogeschool
- Elke Decruynaere – Docent en onderzoeker, Arteveldehogeschool
- Jan Devolder – Docent en onderzoeker, Arteveldehogeschool
- Bie Kentane – Graduaatsopleiding Orthopedagogische Begeleiding, Arteveldehogeschool
- Veronique Dehing – Graduaat Orthopedagogische Begeleiding, Arteveldehogeschool
- Stef Thienpont – Graduaat Orthopedagogische Begeleiding, Arteveldehogeschool
- Eva Staels – Graduaat Orthopedagogische Begeleiding, Arteveldehogeschool
- Jan Malfliet – Graduaat Orthopedagogische Begeleiding, Arteveldehogeschool
- Janne Carbonez – Graduaat Orthopedagogische Begeleiding, Arteveldehogeschool














