In het derde leerjaar wordt duidelijk dat het omgaan met overweldigende emoties en prikkels op school, vereist dat veel eindtermen losgelaten worden. De school verbindt zich ertoe te blijven streven naar inclusie voor Arne. Samen met de ouders wordt de goed geïnformeerde en weloverwogen keuze gemaakt om zijn gemotiveerde verslag om te zetten in een verslag. Arne start in het vierde leerjaar met een Individueel Aangepast Curriculum.

De zoektocht naar redelijke aanpassingen en de invulling van het IAC gebeurt samen met Arne en met een oog op de toekomst. Het team houdt de mogelijkheid om in zijn verdere schoolloopbaan in te tekenen op een gemeenschappelijk curriculum open. Arne is sterk in Nederlands, dus dat volgt hij mee op niveau van zijn medeleerlingen. Om aan zijn nood aan rust, veiligheid én nabijheid tegemoet te komen krijgt Arne een vaste plek, centraal in de klas, omringd door zijn leerkracht en klasgenoten. Daarnaast heeft hij ook een ‘studybuddy’, een schoolbank met een huisje op zijn maat. Arne en zijn leerkracht weten wat er verwacht wordt wanneer hij in zijn studybuddy werkt.

In de loop van het vierde leerjaar werd duidelijk dat voltijds naar school gaan tijdelijk te zwaar was voor Arne. Dus werd in afstemming met zijn ouders beslist dat hij op woensdagvoormiddag thuis kon blijven. In het vijfde leerjaar lukt het opnieuw om voltijds naar school te gaan, dit wordt nu regelmatig geëvalueerd.

Doordat op verschillende manieren gevoelig werd gezocht en ingespeeld op Arne zijn vraag naar veiligheid, rust en nabijheid, vertoont hij minder moeilijk hanteerbaar gedrag.

Waar zit de flexibiliteit?

Een eerste stap zat in het tempo terugschakelen en gevoelig worden voor welke noden er onder het gedrag van Arne lagen. Hij had nood aan rust, verbondenheid en aanpassingen in de leerstof.

Het team rond Arne is op zoek gegaan met betrekking tot zijn (fysieke) plaats in de klas en hoe dit flexibel kan beantwoorden aan zijn noden. Er is flexibel omgesprongen met hoe hij deel kan uitmaken van de groep in functie van zijn emotionele eigenheid.

Er is ook gezocht naar flexibiliteit in de leerstof. Arne maakt net als zijn klasgenoten rekenoefening maar hij doet er minder, op een andere wijze of op een ander niveau. Bij Nederlands doet Arne hetzelfde als zijn medeleerlingen. Enkel de doelen die op dit moment in zijn traject te uitdagend zijn, worden bijgeschaafd. De deur naar een gemeenschappelijk curriculum in de toekomst blijft open, ook daar zit de flexibiliteit.

Gouden sleutels

Wees flexibel in de flexibiliteit. Arne ging een periode niet voltijds naar school, dan weer een periode wel en mogelijks verandert dit in de toekomst weer. Er is flexibiliteit wanneer dat nodig is, en daarin kan passend geschakeld worden.

Zorg dat de verbondenheid met de klas blijft. Ook wanneer Arne nood heeft aan rust en zich terugtrekt in zijn studybuddy, blijft hij tussen zijn medeleerlingen. Hij gaat niet buiten de klas.

Blijf verwachtingen stellen, en pas enkel aan waar nodig. Arne moet net als zijn medeleerlingen een bepaald aantal wiskunde-oefeningen doen, maar de haalbaarheid wordt gevoelig afgestemd.

Sleutelgaten

Besteed aandacht aan wissels in het team rond een kind. De ondersteuner van Arne ontdekte dat de leerkracht van het 5de leerjaar zich minder betrokken voelde omdat zij het zoekproces niet had meegemaakt. Je kan proactief nadenken hoe je nieuwe teamleden in de toekomst kan meenemen in het verhaal.

Werk op maat van alle betrokkenen. De ondersteuner van Arne merkte dat niet alles wat werkte voor de leerkracht van het 4de jaar, past bij de leerkracht van het 5de jaar. Ook daar gaan we voortdurend gevoelig afstemmen.

Mag dit? Kan dit?

Arne zijn verhaal is er een van (ont-)moeten: we ontmoeten Arne, in zijn context, met zijn competenties en uitdagingen. Die ontmoeting vraagt binnen Arne zijn leertraject om redelijke aanpassingen, zoals de studybuddy die hij kreeg. Redelijke aanpassingen zijn een recht voor elke leerling, met of zonder diagnose of (gemotiveerd) verslag i.f.v. een betere afstemming tussen de eigenheid van leerlingen en het leerproces.

In Arne zijn traject komt ook de vraag naar meer ont-moeten: aanpassingen in leerstof en het (tijdelijk) loslaten van de eindtermen aan de hand van een verslag, zorgde in het traject van Arne voor veel flexibiliteit. De regelgeving rond inclusief onderwijs is vaag over hoe flexibel er precies gewerkt kan worden, (bijna) alles lijkt mogelijk voor een leerling met een IAC. Met het oog op de toekomst, wordt echter de ontmoeting met het gemeenschappelijk curriculum voor Arne bewust opengehouden. De beslissing of een leerling een getuigschrift krijgt, volgt pas op het einde van de lagere school. Het (tijdelijk) overstappen op een IAC hoeft dus geen definitieve (maar wel een doordachte) keuze te zijn.