Het VN-verdrag, ons kompas voor gelijke kansen
‘Inclusie overdondert’. Het gaat over alle domeinen van het leven, van bij de wieg tot aan de werkplek. Om een goed ingelichte ouder te zijn of te worden, moet informatie toegankelijk en inzetbaar zijn. Het gaat niet enkel over inclusie als een recht maar ook over de betekenis ervan, de kijk op diversiteit en het vormgeven van een inclusieve praktijk- ‘hoe werkt inclusie?’.
We hebben verbondenheid nodig met andere ouders om inclusie als recht en levenshouding te realiseren, om te erkennen dat we echt geen vreemde snuiters zijn als we met overtuiging het inclusieve pad inslaan.
We hebben momenten nodig waarop we niet moeten verantwoorden waarom we kiezen voor de ‘moeilijke weg’. Dit gebeurt echter nog te frequent omdat inclusie vaak niet gezien wordt als (eerste) optie. We hebben nood aan het recht ons te omringen met zorgeloosheid.
Als ouders moeten we steeds alert zijn voor de dooddoeners – “Zou jouw kind niet gelukkiger zijn in een sportclub met lotgenoten?”– die we keer op keer moeten horen.
Inclusie is vaak onbekend. We hebben een inclusieambassadeurs nodig die alle mogelijke momenten aangrijpen om inclusie in de picture te zetten, om getuigenissen te brengen die recht naar het hart gaan, maar ook tools die ons verhaal ondersteunen.
Inclusie heeft vele gezichten, het gaat over Hamza die met redelijke aanpassingen zijn getuigschrift kan halen tot Ireen die via jobcarving deeltaken kan opnemen en betaald werk heeft.
Spijtig genoeg moeten we constateren dat onze kinderen met een beperking nog vaak uitsluiting moeten ervaren. Soms komen de boodschappen ronduit en onverbloemd, maar op andere momenten zijn ze subtiel en verdoken. Soms wordt het zelfs afgedaan als normaal en krijgen we als antwoord: ‘We kunnen toch niet heel de wereld aanpassen’. Het betekent dus dat het draagvlak voor inclusie er (nog) niet is.
Deze herhaaldelijke discriminatie en ongelijke kansen moeten we als klokkenluiders naar buiten brengen. Daarnaast is het belangrijk om ook inspirerende verhalen te delen, die levendig vertellen hoe inclusie werkt.
Inclusie maak je niet alleen waar. Het gaat over netwerken opzetten, bondgenoten vinden en stakeholders begeesteren. In deze samenwerking willen we erkend worden als iemand met ervaringsdeskundigheid en niet weggezet worden als de betweterige ouder. De gouden sleutels om onze kinderen en (jong)volwassenen te laten participeren hebben wij als ouders vaak in onze rugzak en we zijn ook de constante personen in het leven van onze kinderen.
We willen de motor zijn in de wisselwerking met andere partners en beleid om inclusie van onderuit een gezicht te geven en de collectieve stem van ouders kracht bij te zetten.
Op deze manier willen we ervoor zorgen dat inclusie geen modewoord is, geen dode letter in de (grond)wet maar dat inclusie realiteit wordt in Vlaanderen.

