Toestemming

Deze site gebruikt services van derden waar we je toestemming voor nodig hebben. Meer informatie

Doorgaan naar content

Vragen en antwoorden

  • sjabloon-persnieuws.png

    Vind je hier geen antwoord op jouw vraag? Contacteer ons!

    Lees meer

Inclusie

  • Ja, het is opgenomen in een aantal wetten.

    👉 Vanaf 2009 heb je het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. Dat betekent dat België het recht op inclusief onderwijs moet respecteren, beschermen en realiseren.

    👉 Vanaf 2021 werd het recht op inclusie opgenomen in de Belgische grondwet. Artikel 22ter van deze grondwet luidt: “Iedere persoon met een handicap heeft recht op volledige inclusie in de samenleving met inbegrip van het recht op redelijke aanpassingen.”

    Inclusie is dus een mensenrecht. Door het gebruik van de redelijke aanpassingen worden barrières weggenomen en krijgt iedereen gelijkwaardige kansen.

  • Er zijn verschillende manieren om hulp te vinden. Welke mogelijkheden er zijn, hangt af van jouw situatie en of je een (PAB-)budget hebt.  

     

    1. Vrijwillige of informele hulp (zonder budget) 

    Heb je geen (PAB-)budget? Dan kan je hulp zoeken bij mensen in je omgeving of bij vrijwilligers.

    Je kan bijvoorbeeld terecht bij:  

    • Familie, vrienden, buren of kennissen 

    • School of leerkrachten 

    • Jeugdbewegingen of lokale verenigingen 

    • Het Huis van het Kind of Kind & Gezin 

    • Online oproepen, bijvoorbeeld via sociale media

    • Studenten als inclusiestagiair:

      • Studenten orthopedagogie, logopedie, ergotherapie etc. kunnen stage lopen in het onderwijs. De opleidingsverantwoordelijke kan je in contact brengen met de verantwoordelijke voor stages. 

    ❗️Let op: verzekering en kostenvergoeding

    Het is verstandig om een verzekering te voorzien voor je vrijwilliger. Een kostenvergoeding is niet verplicht. Je kan er ook voor kiezen om alleen de gemaakte kosten terug te betalen, bijvoorbeeld vervoerskosten.

    Meer informatie over vergoedingen vind je op deze website.   

    1. Hulp met een (PAB-)budget 

    Heb je een budget? Dan kan je zelf bekijken welke ondersteuning het best bij jouw situatie past. Bijvoorbeeld:

    • Vrijwillige hulp combineren met betaalde hulp 

    • Eén of meerdere betaalde persoonlijke assistenten aanstellen 

    Je kan de administratie zelf regelen of hiervoor hulp vragen aan een organisatie. Meer informatie vind je op deze website.

    1. Waar vind ik die helpende handen?  

    Verspreid je vraag of vacature via verschillende kanalen. Hoe meer mensen je bereikt, hoe groter de kans dat je iemand vindt die bij jouw situatie past.

    💡 Tip: Op de website van Onafhankelijk Leven vind je voorbeeldvacatures, tips en ondersteuning voor budgethouders. 

    Vrijwilligersplatformen en andere kanalen:

    • Hoplr - buurtbewoners platform 

    • Helpper - vrijwillige of betaalde hulp, verzekering loopt via het platform 

    • 11.11.11 - vrijwillige of betaalde hulp 

    • Facebookgroepen – bijvoorbeeld PAB/PVB-assistenten of Assistentie bij handicap

    • Home-Start - in sommige regio’s, vrijwilliger komt thuis langs om sociale en opvoedkundige steun te bieden (kinderen tot 12 jaar) 

     Platformen en organisaties voor betaalde zorg en assistentie:

    • Exxtra - helpen met assistenten zoeken & regelen de administratie 

    • Numia - helpen met assistenten zoeken & regelen de administratie 

    • PROMAN care - helpen met assistenten zoeken & regelen de administratie 

    • Fiola - organisatie die persoonlijke assistenten aanbiedt, kan ook vergoed worden met eigen middelen 

Kinderopvang

  • Je kind blijft welkom in de kinderopvang die je koos of toegewezen kreeg. Als ouder heb je het recht om zelf een kinderopvang te kiezen. De opvang kan via het agentschap Opgroeien ondersteuning krijgen van een Centrum Inclusieve Kinderopvang (CIK).

    Er bestaat ook inclusieve kinderopvang. Daar hebben ze ervaring met kinderen met specifieke noden en vangen ze kinderen met en zonder specifieke noden samen op.

    Kind & Gezin geeft meer informatie.

  • 👉 Plan bij de eerste kennismaking genoeg tijd in voor een rondleiding en een gesprek.

    👉 Denk vooraf na hoe je jouw kind wilt voorstellen. Neem bijvoorbeeld foto’s of verhalen van thuis mee. Zo leren de begeleiders je kind kennen, en niet alleen de specifieke noden. Je kan ook de Zo Zit Ik In Elkaar-tool gebruiken. Met deze online tool kan je een breed, persoonlijk en sterktegericht beeld van je kind maken.

    👉 Vertel wat thuis goed werkt en welke aanpassingen jullie al gebruiken. Bespreek samen welke redelijke aanpassingen je kind nodig heeft. Blijf bekijken wat werkt en wat aangepast moet worden, want je kind blijft zich ontwikkelen.

    👉 Bespreek duidelijk wat je van de begeleiders verwacht. Geef hen ook ruimte om te vertellen wat wel en niet kan en waarbij ze ondersteuning nodig hebben. Sommige handelingen, zoals bepaalde medische handelingen, mogen zij niet uitvoeren. Je kan handelingen voordoen of tijdens de eerste week bereikbaar zijn voor vragen.

    👉 Vraag welke ervaring de kinderopvang heeft. Begeleiders hebben soms al ervaring met kinderen met specifieke noden, zonder dat ze dat zo benoemen. Denk bijvoorbeeld aan baby’s die snel overprikkeld zijn, te vroeg geboren zijn of thuis een andere taal spreken.

  • Ga hierover in gesprek op een rustig moment en op een rustige plaats. Zo is er ruimte om naar elkaars wensen en bezorgdheden te luisteren.

    👉 Vertel duidelijk wat je kind nodig heeft en welke ondersteuning jij als ouder en/of Kind & Gezin kan bieden.

    👉 Breng je kind mee naar het gesprek, of toon foto’s en vertel anekdotes en verhalen. Zo zien de begeleiders wie je kind is, en niet alleen welke specifieke noden het heeft.

    👉 Neem eventueel een vertrouwenspersoon mee. Een gesprek over je kind kan emotioneel zijn. Die persoon kan je steunen, helpen het hoofd koel te houden en het gesprek zo nodig even overnemen. Denk bijvoorbeeld aan je partner, een vriend, een therapeut.

    👉 Inclusie is een recht. De specifieke noden van je kind zijn geen geldige reden om je kind de toegang tot de kinderopvang te weigeren.

  • 👉 Spreek samen af wie het overleg voorbereidt, de agendapunten verzamelt en verslag maakt. Zo weet je als ouder wat er besproken wordt. Je mag een van deze taken opnemen, maar dat hoeft niet. Een overleg kan emotioneel veel van je vragen.

    👉 Bespreek bij elk overleg de afspraken en redelijke aanpassingen. Werken ze nog? Moeten ze worden aangepast? Zijn er nieuwe noden? Bespreek ook welke hindernissen jullie al overwonnen hebben en wat jullie daarvan kunnen leren.

    👉 Deel wat thuis goed werkt. Ook kleine tips of aanpassingen kunnen de kinderopvang helpen om beter op de noden van je kind in te spelen.

    👉 Plan meteen een volgend overlegmoment. Zo blijft het traject goed opgevolgd.

  • Ja. In de kinderopvang zijn er verschillende mogelijkheden voor extra ondersteuning:

    👉 Volgt je kind therapie? Bespreek dan of de therapeut ook naar de kinderopvang kan komen. Die kan je kind begeleiden en de begeleiders adviseren over de noden van je kind en passende redelijke aanpassingen.

    👉 Ook een vrijwilliger kan helpen. Zoek samen met de kinderopvang iemand in je netwerk of kijk op vrijwilligersplatformen zoals Give a Day of Helpper.

    👉 Een stagiair kan ook extra ondersteuning bieden, bijvoorbeeld vanuit de opleiding Zorgkunde in het secundair onderwijs of een opleiding rond zorg of jonge kinderen in het hoger onderwijs.

  • Een bekwame helper is iemand die na een opleiding of duidelijke instructies van een bevoegd persoon bepaalde medische handelingen mag uitvoeren bij een kind buiten een zorginstelling. Dat kan vanuit een tewerkstelling of als vrijwilliger.

    Denk bijvoorbeeld aan de neus spoelen of het monitoren van een kind voor slaapapneu.

    Een bekwame helper is wettelijk beschermd bij het uitvoeren van deze handelingen, maar moet aan bepaalde voorwaarden voldoen. Meer informatie over de bekwame helper vind je hier.

  • Ja. Ook als je kind specifieke medische handelingen nodig heeft, kan het naar de kinderopvang. Goede afspraken met de opvang zijn belangrijk.

    Voor sommige handelingen, zoals sondevoeding geven, medicatie toedienen of een stoma verzorgen, is specifieke kennis nodig, bijvoorbeeld van een verpleegkundige. Een thuisverpleegkundige kan deze handelingen in de opvang uitvoeren of de begeleiders aanleren hoe ze dit doen.

    Ook jij als ouder of iemand uit je netwerk kan bepaalde handelingen uitvoeren. Soms is het voldoende om iemand in te schakelen die de handelingen kan aanleren aan de begeleiders. Bespreek samen met de kinderopvang welke ondersteuning nodig en mogelijk is.

  • Ja, na een (inclusieve) kinderopvang kan je kind starten in een reguliere school. De ervaring in de kinderopvang kan een goede basis zijn voor de overstap naar school.

    👉 Ga op tijd in gesprek met de school. Bespreek wat je kind nodig heeft en welke aanpassingen en ondersteuning in de kinderopvang goed werkten. Kijk niet alleen naar de noden van je kind, maar ook naar wat je kind graag doet, goed kan en nodig heeft om zich goed te voelen.

    👉 Je kan verschillende scholen bezoeken en, als dat mogelijk is, je kind een paar uur laten meedraaien in de instapklas.

    👉 Er is geen lijst van inclusieve scholen, maar je kind heeft wel recht op inclusief onderwijs. Ook in de kleuterklas kunnen scholen ondersteuning krijgen, dit keer vanuit een leersteuncentrum. Laat je dus niet tegenhouden: ga in gesprek met een school in de buurt waar jij je goed bij voelt. Op Onderwijs Vlaanderen kan je een school in de buurt vinden.

    👉 Let op: sommige scholen werken met een digitaal aanmeldsysteem voor inschrijvingen. Meer informatie vind je hier.

Onderwijs

Keuze voor inclusief onderwijs
  • Ja. Of een kind/jongere inclusief onderwijs kan volgen, hangt niet af van de ‘zwaarte’ van de ondersteuningsnood of van het type beperking. Redelijke aanpassingen kunnen ervoor zorgen dat je kind kan deelnemen aan het gewone onderwijs.

    👉 Inclusief onderwijs gaat over meer dan leren lezen, schrijven en rekenen. Het gaat ook over leefwinst. Meedoen aan het gewone leven, bijvoorbeeld samen met vriendjes uit de buurt en in een uitdagende omgeving. Waar nodig gebeurt dit met externe ondersteuning en/of een eigen doelenplan.

    💡 Luister naar de podcast ‘Het recht van alle kinderen’. Daarin legt professor Geert Van Hove uit dat inclusief onderwijs een kinderrecht is, ook voor kinderen met een hoge ondersteuningsnood.

  • Ga in gesprek. Inclusie is een proces dat blijft veranderen en dus voortdurende afstemming vraagt. Als er vragen of twijfels zijn, is open en constructief overleg extra belangrijk.

    Inclusief onderwijs vraagt doelen op maat en redelijke aanpassingen.

    👉 Nodig de school uit om hierover samen in gesprek te gaan

    👉 Deel je kennis over je kind en bespreek wat goed gaat, wat lukt en welke positieve invloed de school en leerkrachten hebben

    👉 Bekijk samen welke doelen jullie willen stellen, evalueren of bijsturen

    👉 Bespreek per doel wat je kind nodig heeft om het te bereiken

    👉 Maak concrete afspraken

    👉 Evalueer en stuur bij waar nodig

    Als je nog vragen hebt, kan je terecht bij onze gratis dienstverlening Steunpunt voor Inclusie.

    💡Ontdek de zoektocht van andere ouders in het inclusief traject in onze inspirerende verhalen.

  • 👉 Vertrouw op jouw keuzes en inzichten als ouder

    Jij kent je kind het beste. Je ziet je kind in verschillende situaties, zoals thuis, op school en in de vrije tijd. Je weet wat goed lukt en wanneer je kind ondersteuning nodig heeft.

    Er bestaat geen vast stappenplan voor jouw ouderschap. Elk kind is anders en ontwikkelt zich op zijn eigen manier. Daarom kan je niet altijd afgaan op schema’s of opvoedingstips over hoe kinderen zich ontwikkelen. Jij leert je kind elke dag beter kennen en ontdekt wat je kind nodig heeft. Dat maakt jou een belangrijke expert in het leven van je kind.

    Deel jouw ervaringen met anderen. Vertel wat goed gaat, waar je tegenaan loopt en welke ondersteuning helpt. Deel ook je wensen en dromen voor je kind. Zo kunnen jullie samen zoeken naar oplossingen die werken.

    👉 Zoek woorden die voor iedereen werken

    Niet iedereen kijkt op dezelfde manier naar een kind of gebruikt dezelfde woorden. Sommige scholen of organisaties gebruiken graag labels of diagnoses om over een kind te praten. Misschien voelt dat voor jou niet goed. Je mag dat gerust aangeven.

    Vertel liever wat je bij je kind ziet en welke ondersteuning je kind nodig heeft. Zoek samen naar woorden die voor iedereen duidelijk zijn. Zo kunnen jullie vertrekken vanuit wat je kind nodig heeft en samen bekijken wat mogelijk is.

  • Ja. Een leerling uit het buitengewoon onderwijs kan overstappen naar het regulier onderwijs, ongeacht het leerjaar of type onderwijs. Een reguliere school kan je kind niet zomaar weigeren.

    👉 Heeft je kind een IAC- of OV4-verslag, dan kan het daarmee worden ingeschreven in een reguliere school onder ontbindende voorwaarde. Vertel de nieuwe school bij de inschrijving altijd dat je kind dit verslag heeft. Bij inschrijving met een GC-verslag geldt geen ontbindende voorwaarde.

    👉 Je kind heeft in het regulier onderwijs ook recht op ondersteuning en redelijke aanpassingen. Afhankelijk van het type verslag kan dat vanuit het leersteuncentrum zijn of voorziet de school zelf extra ondersteunende maatregelen.

    👉 Het CLB is een belangrijke partner bij de overstap. Betrek ook het CLB van de nieuwe school. Het kan helpen om een vertrouwenspersoon mee te nemen bij gesprekken of om die gesprekken samen voor te bereiden.

    💡 Luister hier naar een CLB-medewerker die je stap voor stap meeneemt.

  • We kunnen je in contact brengen met andere ouders die al een inclusietraject doorlopen hebben of er nog middenin zitten. Hun ervaringen en verhalen kunnen inspireren en nieuwe moed geven.

    Je kan ook terecht bij onze gratis dienstverlening Steunpunt voor Inclusie.

    👉 Een medewerker luistert zonder te oordelen of de keuze voor jou te maken

    👉 Samen bekijken jullie welke kansen er in jouw situatie zijn

    👉 Met kennis van regelgeving en ondersteunende organisaties kan de medewerker concrete informatie en mogelijkheden voorstellen zodat jij zelf een keuze kan maken

Van zoektocht naar inschrijving
  • Er bestaat geen ‘inclusieve school’, maar alle scholen moeten inclusief onderwijs mogelijk maken voor elk kind/elke jongere.

    We bundelen wel een aantal tips om je zoektocht voor een school makkelijker te maken wanneer je kind specifieke noden heeft:

    • Verken enkele scholen in je buurt en kijk welke je aanspreken, praktisch én gevoelsmatig

    • Vraag een gesprek aan met de directie, zorgcoördinator of leerlingbegeleider. Vertel open over de noden én de sterktes van je kind

    • Vraag hoe de school kijkt naar redelijke aanpassingen, samenwerking met ouders en samenwerking met andere betrokkenen

    Het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) kan helpen. Schoolloopbaanbegeleiding is een vaste taak van het CLB.

    Sommige steden en gemeenten werken met een online aanmeldingssysteem. Je geeft dan je voorkeursscholen op en de stad/gemeente probeert zoveel mogelijk kinderen een plaats in een school van hun voorkeur te geven. Meer informatie vind je hier.

  • Ja. In België is er vrije schoolkeuze, je beslist als ouder in welke school je je kind inschrijft. Ook kinderen/jongeren met specifieke noden kunnen in een reguliere school naar keuze ingeschreven worden.

    ❗️Let op: in sommige steden/gemeenten geldt er een online aanmeldsysteem en kan je niet zomaar naar een school stappen en inschrijven. Meer informatie vind je hier.

    👉 Heeft je kind een GC-verslag? Dan moet je dit niet specifiek vermelden bij de inschrijving. Maar het is belangrijk om vanaf het begin de ondersteuningsnoden en zorg samen te bespreken.

    👉 Heeft je kind een IAC- of OV4-verslag? Dan moet je bij de inschrijving dit verslag melden aan de nieuwe school. De inschrijving gebeurt dan ook onder ontbindende voorwaarde.

    Als je nog vragen hebt, kan je terecht bij onze gratis dienstverlening Steunpunt voor Inclusie.

  • Wees open over je kind. Kies de informatie die je deelt, maar houd niet bewust belangrijke informatie achter. Bereid het gesprek eventueel voor met mensen die je kind goed kennen.

    Foto’s, filmpjes en concrete anekdotes kunnen vaak meer vertellen dan woorden alleen. Je kan vragen of je kind mee mag komen, zodat de school een beeld krijgt van wie je kind is.

    Deze vragen kunnen helpen bij de voorbereiding:

    • Wie is je kind? Wat zijn de sterktes en waar loopt je kind tegenaan?

    • Wat lukt zelfstandig en wat lukt met aanpassingen of ondersteuning?

    • Wat werkt goed op school, in de vrije tijd of thuis?

    • Wat zijn de interesses van je kind?

    • Waar geniet je kind van en wat zorgt voor onrust?

    • Wat doet je kind graag in de vrije tijd?

    Neem gerust een vertrouwenspersoon mee: iemand die achter jullie wensen staat, je kind kent en met wie je het gesprek kan voorbereiden. Dat kan bijvoorbeeld een therapeut, thuisbegeleider, opvangmedewerker of een vriend(in) zijn. Samen voorbereiden zorgt ervoor dat je er niet alleen voor staat.

  • Er bestaat geen ‘inclusieve school’ en er is dus ook geen lijst of overzicht van inclusieve scholen. Maar alle scholen moeten inclusief onderwijs mogelijk maken voor elk kind/elke jongere.

    Daarnaast is elke school wettelijk verplicht kwaliteitsvol onderwijs te bieden aan alle leerlingen, ook aan leerlingen met specifieke noden. Wat kwaliteitsvol onderwijs inhoudt, staat in het Referentiekader Onderwijskwaliteit van de Vlaamse onderwijsinspectie.

    👉 Niet elke school heeft evenveel kennis of ervaring met inclusie. Scholen kunnen ondersteuning vragen aan het CLB, leersteuncentra en pedagogische begeleiding. Jouw vraag naar inclusief onderwijs kan een school helpen om hiermee aan de slag te gaan.

    💡 Je bent niet de enige ouder die voor een inclusief traject kiest. We brengen je graag in contact met andere ouders om ervaringen te delen en elkaar te inspireren.

  • Stel deze vraag eerst aan de school. In sommige gevallen mogen scholen de inschrijving weigeren:

    👉 als er geen plaats meer is op school

    👉 als je kind in meerdere scholen ingeschreven zou zijn

    👉 als je kind niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden (leeftijd/vooropleiding)

    👉 als je kind eerdere tuchtsancties gekregen had op die school

    Meer informatie vind je hier: lager onderwijs ; secundair onderwijs

    ❗️ De specifieke noden van je kind of een GC-, OV4- of IAC-verslag zijn op zich geen geldige redenen om een inschrijving te weigeren. Een school moet je kind inschrijven. Bij IAC/OV4-verslag is dit een inschrijven onder ontbindende voorwaarde.

    Als er een weigering is op basis van de opgesomde zaken of er volgt een ontbinding bij een inschrijving onder ontbindende voorwaarde, dan is de school verplicht om een ‘weigeringsdocument’ te bezorgen op papier: ‘Mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving of ontbinding van een inschrijving’. Kreeg je dit niet? Vraag het dan na bij de school. Dit is jouw bewijs om aan te tonen dat je wilde inschrijven in de school.

    Weigerde de school om jouw kind in te schrijven, maar:

    • werd er geen ‘Mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving of ontbinding van een inschrijving’ bezorgd

    • én waren de opgesomde zaken geen reden van weigering

    • of werd het proces van inschrijving onder ontbindende voorwaarde niet doorlopen

    Mogelijk werd je kind dan onterecht geweigerd. Meld het aan ons via mail of via het contactformulier.

  • Heeft je kind een IAC- of OV4-verslag, dan wordt het in een reguliere school ingeschreven onder ontbindende voorwaarde. De inschrijving is dus niet meteen definitief.

    De school kan de inschrijving ontbinden na een afweging of de nodige aanpassingen disproportioneel zijn. Die afweging moet gebeuren op basis van vastgelegde criteria, met een zorgvuldig proces en een duidelijke motivering. De school heeft hiervoor maximaal 60 kalenderdagen vanaf de eerste lesbijwoning.

    Na afloop wordt je kind definitief ingeschreven of wordt de inschrijving ontbonden.

Ondersteuning op school
  • Dat is afhankelijk van de specifieke ondersteuningsnoden van jouw kind. Een formele diagnose is niet altijd nodig om ondersteuning op school te starten. Hier vind je een overzicht van de mogelijkheden.

    1. Ondersteuning door de school zelf

    👉 Het zorgcontinuüm: scholen werken in verschillende fasen aan de onderwijsbehoeften van leerlingen. Dat gaat van brede basiszorg voor alle leerlingen tot verhoogde zorg en uitbreiding van zorg.

    👉 Redelijke aanpassingen (RA): bijvoorbeeld extra tijd bij toetsen, aangepast lesmateriaal, visuele ondersteuning of een rustige werkplek.

    👉 Zorgleerkracht of zorgcoördinator: zij volgen de zorg van de leerling op en samen met leerkrachten, ouders en andere betrokkenen zoeken ze naar passende ondersteuning.

    1. Ondersteuning door externe diensten of organisaties

    Deze ondersteuning komt van buiten de school, maar gebeurt vaak in samenwerking met het schoolteam en ouders.

    👉 CLB: denkt mee over de onderwijsbehoeften en begeleidt leerlingen, ouders en scholen.

    👉 Leersteuncentrum: een leerondersteuner ondersteunt de leerling, de leerkracht en het schoolteam.

    👉 Therapeuten of externe hulpverleners: bijvoorbeeld een logopedist, kinesitherapeut of revalidatiecentrum. Soms kan de therapie ook tijdens de schooluren en op school plaatsvinden.

    👉 VAPH-ondersteuning: In bepaalde situaties kan ondersteuning vanuit het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) een aanvulling zijn op de ondersteuning op school. Bijvoorbeeld een persoonlijke assistent.

    👉 Speciale onderwijsleermiddelen: bepaalde hulpmiddelen of aanpassingen kunnen via externe instanties worden aangevraagd of gefinancierd. Bijvoorbeeld een aangepaste tafel voor een leerling met een fysieke beperking.

    1. Ondersteuning via specifieke regelingen of middelen

    Voor sommige ondersteuning heb je een aanvraag of een verslag nodig of zijn er specifieke voorwaarden.

    👉 GIO (Globale Individuele Ondersteuning): tijdelijke, praktische en inhoudelijke ondersteuning bij belangrijke overgangsmomenten, bijvoorbeeld wanneer een kind start in de kleuterklas of het eerste leerjaar. De begeleiding ondersteunt het kind én helpt de school om inclusie duurzaam mogelijk te maken. GIO valt onder rechtstreeks toegankelijke hulp van het VAPH. Meer info vind je hier.

    👉 Financiële tegemoetkomingen en hulpmiddelen: bijvoorbeeld voor bepaalde speciale onderwijsleermiddelen.

  • Een GC-verslag, IAC-verslag en OV4-verslag maken duidelijk welk leertraject een leerling kan volgen en welke ondersteuning daarbij mogelijk is. Het CLB maakt deze verslagen op in overleg met de ouders en de school.

    Wat is het verschil?

    Verslag

    Leerdoelen

    Ondersteuning

    Voorbeeld

    GC-verslag

    Gemeenschappelijk curriculum

    • De leerling volgt de gewone leerdoelen van het onderwijs net zoals zijn/haar leeftijdsgenoten

    Extra ondersteuning mogelijk: o.a. redelijke aanpassingen (RA), een leerondersteuner

    👉 Geeft toegang tot leersteun.

    Een leerling volgt dezelfde leerstof als de klas, maar krijgt extra tijd bij toetsen en ondersteuning van een leerondersteuner.

    IAC-verslag

    Individueel aangepast curriculum

    • De leerling kan de gewone leerdoelen niet behalen, ook niet met extra aanpassingen.

    • Het is een aangepast leertraject met aangepaste leerdoelen op maat

    Ondersteuning bij een aangepast leertraject: RA, leerondersteuner, aangepaste doelen

    👉 Geeft toegang tot leersteun in het gewoon onderwijs of toegang tot het buitengewoon onderwijs.

    ❗️Let op: inschrijving onder ontbindende voorwaarde

    Een leerling werkt aan andere leerdoelen dan de rest van de klas, afgestemd op de eigen mogelijkheden en behoeften.

    OV4-verslag

    Opleidingsvorm 4 (alleen in het secundair onderwijs)

    • De leerling volgt de gewone leerdoelen van het onderwijs net zoals zijn/haar leeftijdsgenoten

    • Maar heeft daarvoor intensieve ondersteuning en specifieke aanpassingen nodig

    Intensieve ondersteuning in het secundair onderwijs: RA, leerondersteuner, verregaande aanpassingen

    👉 Geeft toegang tot leersteun in het gewoon onderwijs of toegang tot het buitengewoon onderwijs, opleidingsvorm 4

    ❗️Let op: inschrijving onder ontbindende voorwaarde

    Een leerling volgt het gewone programma in een reguliere secundaire school, met intensieve leersteun en verregaande aanpassingen.

  • Dat is afhankelijk van veel factoren zoals: het soort verslag, het type onderwijs* en de beschikbare middelen. Hierdoor is geen eenduidig antwoord mogelijk.

    👉 Je kan dit voor jouw specifieke situatie navragen bij het leersteuncentrum waarmee de school samenwerkt.

    * We spreken van grote en kleine types. Jouw kind behoort tot het grote type als er op zijn/haar verslag type basisaanbod, 3 of 9 staat. De kleine types zijn 2, 4, 6 en 7. 

    👉 Er gelden andere financieringsregels voor de grote en kleine types.

  • Je kan op elk moment van het schooljaar leersteun aanvragen. Wanneer het effectief opstart is afhankelijk van de specifieke situatie.

    We geven een overzicht:

    👉 De ondersteuning moet bij de start van het schooljaar binnen de 5 schooldagen opgestart worden:

    • Dit geldt voor alle leerlingen die een GC-verslag, IAC-verslag of OV4-verslag hebben

    • Kreeg jouw kind dit jaar al ondersteuning, dan zal leersteun volgend schooljaar binnen de 5 schooldagen opgestart worden

      ❗️ Let op: soms kan de praktijk hier wat op afwijken. Bespreek dit vooraf met de school en het leersteuncentrum en maak duidelijke afspraken.

    👉 Als de leerondersteuning in de loop van het schooljaar wordt aangevraagd, dan start de leersteun binnen de 10 schooldagen op.

    ❗️ Let op: soms kan de praktijk hier wat op afwijken. Bespreek dit vooraf met de school en het leersteuncentrum en maak duidelijke afspraken.

    👉 Is er een specifieke vraag voor leersteun waarbij het leersteuncentrum moet samenwerken met een specifiek leersteuncentrum? Dan moeten zij deze vraag binnen de 5 schooldagen doorgeven aan het specifiek leersteuncentrum.

  • Niet helemaal! Je kan samen met de huidige leerondersteuner en de school afspraken maken. Zo krijgt de nieuwe leerondersteuner de informatie die nodig is om jouw kind goed te ondersteunen.

    👉 Verzamel belangrijke informatie over jouw kind. Wat heeft jouw kind nodig om goed te kunnen leren en deelnemen op school?

    👉 Maak een overzicht van de redelijke aanpassingen. Wat helpt jouw kind? Wanneer en hoe worden deze aanpassingen gebruikt?

    👉 Plan een kennismakingsgesprek met de nieuwe leerondersteuner. Meestal gebeurt dit snel. Je hoeft als ouder niet af te wachten: je kan zelf vragen om een gesprek.

  • Dat hangt af van de situatie. Je kan niet altijd zeker zijn dat dezelfde leerondersteuner jouw kind blijft begeleiden.

    👉 Werkt de nieuwe school samen met hetzelfde leersteuncentrum? Dan kan de huidige leerondersteuner het traject verder opvolgen.

    👉 Werkt de nieuwe school samen met een ander leersteuncentrum? Dan zal een leerondersteuner van dat leersteuncentrum het traject opvolgen.

    ❗️Let op: de verdeling van leerlingen over de leerondersteuners kan elk schooljaar veranderen. Het leersteuncentrum probeert ervoor te zorgen dat de begeleiding zoveel mogelijk doorloopt. Toch kan het gebeuren dat een andere leerondersteuner jouw kind begeleidt.

  • Neen.

    👉 Het CLB kan geen handelingsgericht diagnostisch (HGD) traject opstarten zonder jouw akkoord als ouder. Zodra je akkoord gaat, houdt het CLB je op de hoogte van het verloop en de inhoud van het eindverslag. Gebeurt dit niet? Vraag dan een gesprek met de betrokken CLB-medewerker.

    Ga je niet akkoord met het HGD-traject? Dan kan er geen verslag worden opgemaakt en is ondersteuning vanuit een leersteuncentrum niet mogelijk.

    👉 Ben je niet akkoord met het nieuwe verslag of ben je ontevreden? Bespreek dit met het CLB. Elk CLB heeft ook een interne klachtenprocedure.

    👉 Levert dit niet het gewenste resultaat op? Bij onenigheid over een IAC- of OV4-verslag kan je contact opnemen met de Vlaamse Bemiddelingscommissie.

    ❗️Bij een GC-verslag kan je als ouder de leerlinggerichte ondersteuning weigeren. Maar er kan wel leerondersteuning voor het schoolteam starten, maar jouw kind komt dan niet rechtstreeks in contact met de leerondersteuner.

  • Je kan terecht bij het leersteuncentrum en het CLB.

    👉 Elk leersteuncentrum heeft een laagdrempelig informatiepunt voor ouders en scholen waar je terecht kan. Je kan hier ook terecht als jouw kind (nog) geen ondersteuning krijgt. 

    👉 Voor klachten heeft elk leersteuncentrum ook een klachtenprocedure uitgewerkt. In zo’n klachtenprocedure beschrijven zij waar je terechtkan met jouw klacht en wat zij zullen doen met een klacht. Elk leersteuncentrum heeft hierin een verantwoordelijkheid om dit duidelijk te communiceren.

    👉 Heb je vragen over welke ondersteuning mogelijk is, de samenwerking met verschillende partners of andere bezorgdheden? Dan kan je terecht bij het CLB.

Uitstappen
  • Ja. Elke leerling heeft het recht om mee te gaan op uitstappen die deel uitmaken van de educatieve opdracht van de school. Dit zijn vaak heel waardevolle momenten voor de leefwinst van kinderen/jongeren.

    Samen een voorbereiding maken vooraf en goede afspraken tijdens de uitstap zorgen voor succeservaringen.

    Sommige handelingen, zoals de bloedsuiker meten of een insulinespuit zetten, hoeven geen drempel te zijn. Enkele tips:

    • Neem de tijd om de handelingen aan te leren en van elkaar te leren

    • Plan oefenmomenten in

    • Deel een app of overzicht met contactgegevens van mensen die kunnen helpen bij vragen of bezorgdheden

    • Bel elkaar (eventueel met video) om iets te tonen en misverstanden snel op te helderen

    Er bestaat ook een statuut ‘bekwame helper’.

    👉 Na een korte opleiding (vaak bij de huisarts van het kind/de jongere) kan je als bekwame helper bepaalde handelingen uitvoeren die nodig zijn.

    👉 Meer informatie over een bekwame helper in het onderwijs vind je hier.

    💡 “Josse zit in het derde leerjaar en gaat met de school op bosklassen. Door zijn suikerziekte moet hij een aantal keer per dag geprikt worden om te meten hoe zijn bloedsuiker staat. Josse kan dit zelf maar mama is bang dat hij het zal vergeten.  Ook het juist interpreteren van de uitslag en daaraan de juiste handelingen koppelen, is nog moeilijk voor Josse. Daarom is er iemand van het team dat meegaat op de bosklassen verantwoordelijk voor deze handelingen. Deze juf is eerder al eens met mama en Josse naar de huisarts geweest om de juiste instructies te krijgen. Nadien hebben mama en de juf nog een aantal oefenmomentjes ingelast zodat de juf het onder de knie had en mama Josse met een gerust hart mee op bosklassen kon laten vertrekken.”

    💡 “Yassin reageert allergisch op bijensteken. Zo erg zelfs dat, wanneer hij gestoken wordt, meteen de epipen moet worden ingezet. Yassin gaat met zijn klas op schoolreis naar de zoo. Nadat de arts van het CLB aan alle kleuterjuffen is komen uitleggen hoe de epipen moet worden gebruikt, kunnen zij handelen in nood. Maar, op uitstap wordt er toch iemand als verantwoordelijke aangeduid die een extra oogje in het zeil kan houden en meteen overgaat tot actie indien nodig. Ook de gegevens van mama en de dokter zijn bij de hand zodat meteen alle partijen op de hoogte gebracht kunnen worden.”

Evaluatie, attesten en diploma’s
  • Als je signalen krijgt dat je kind mogelijk geen A-attest zal behalen, hoef je niet alleen af te wachten. Je kan vooraf met de school en je kind praten en mogelijke scenario’s bekijken.

    👉 Ga in gesprek met de school

    • Bespreek met de school of leerkrachten wat nog mogelijk is. Zij kunnen de beslissing van de klassenraad niet vooraf vastleggen, maar jullie kunnen wel bekijken waar je kind nog op kan inzetten

    • Vraag bijvoorbeeld of er nog een toets of examen is waarop je kind zich extra kan voorbereiden, en of de school weet welke studierichting je kind graag wil volgen

    • Vraag of de CLB-medewerker of leerondersteuner informatie kan geven aan de klassenraad. Die mag niet mee beslissen over het oriënteringsattest, maar kan wel extra informatie aanreiken

    • Bespreek of herexamens of bijkomende proeven mogelijk zijn en of je kind dit ziet zitten.

    • Vraag hoe en wanneer de school het nieuws brengt, of er nadien ruimte is voor een gesprek en bij wie je terechtkan voor studieadvies.

    👉 Ga in gesprek met je kind

    • Hoe kijkt je kind terug op het schooljaar?

    • Welk oriënteringsattest verwacht je kind?

    • Past de huidige studierichting, of zijn er andere interesses?

    • Hoe kijkt je kind naar de examens of belangrijke praktijkproeven?

    👉 Denk na over mogelijke scenario’s

    Een B- of C-attest kan de toekomst tijdelijk onzeker doen lijken. Door vooraf opties te verkennen, heb je mogelijk een plan achter de hand. Je hoeft nog niets vast te leggen: je kan de uiteindelijke beslissing afwachten.

    • Praat met een leeftijdsgenoot die een jaar heeft overgedaan, of met een ouder met gelijkaardige ervaringen

    • Bekijk andere studierichtingen. Je vindt een overzicht op Onderwijskiezer.be

    • Weet je kind nog niet welke richting interesseert? Onderwijskiezer biedt online vragenlijsten over interesses, studiehouding, motivatie en methodes

    • Is je kind oud genoeg voor vakantiewerk, dan kan dat een manier zijn om beroepen of sectoren te ontdekken.

    👉 Het CLB is gespecialiseerd in onderwijsloopbaanbegeleiding. Je hoeft niet te wachten op de definitieve beslissing om een afspraak te maken.

  • unnamed-2.png

Vrije tijd, sport & jeugdwerk

  • Ja, je mag jouw kind inschrijven bij elke club in de buurt. Dat geldt zowel voor sportclubs, speelpleinen, jeugdbeweging, een opleiding in het deeltijds kunstonderwijs en elke andere vorm van vrije tijd. Iedereen heeft recht op inclusie in de vrije tijd, dat staat zowel in de Belgische grondwet (artikel 22 ter), als in het VN-verdrag (artikel 30). Daarnaast heb je ook recht op redelijke aanpassingen, om volwaardig te kunnen meedoen.  

  • Je kan terecht bij je lokale jeugd- of sportdienst. Zij hebben een overzicht welke mogelijkheden er zijn in jouw dorp of stad om vrije tijd in te vullen.  Ze kunnen je de weg wijzen, maar je ook ondersteunen als er twijfels of bezorgdheden zijn bij de organisatie. 

    👉 Ben je op zoek naar een sportvereniging? De website van Sport Vlaanderen lijst alle sportorganisaties op.  

    👉 Ben je op zoek naar een jeugdbeweging? De Ambrassade toont welke jeugdwerkverenigingen bestaan. 

    👉 Ben je op zoek naar een speelpleinwerking? Op de website van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) zie je waar er speelpleinwerkingen zijn in jouw buurt.  

    👉 Ben je op zoek naar een vakantiekamp? Kampnet toont je de organisaties die kampen aanbieden. 

Sport
  • Ja. Jouw kind heeft recht op sporten in een sportclub naar keuze. G-sport kan, maar je kan er dus ook voor kiezen om deel te nemen aan het reguliere aanbod. Ga in gesprek met de sportclub.

  • Je kan rechtstreeks naar een sportclub stappen, maar je kan in je zoektocht naar een sportclub ook terecht bij jouw lokale sportdienst (of schepen van sport), de Consulenten Sporten Zonder Drempels van Sport Vlaanderen of de toeleidingsdienst van G-Sport Vlaanderen. Zij helpen sporters met specifieke noden wegwijs in het aanbod en kunnen jou ondersteunen bij een eerste contact. Belangrijk dat je hier duidelijk vermeldt dat je op zoek bent naar inclusieve sport. Als je al zou weten naar welke sport en/of club je op zoek bent, kan meteen gerichter gezocht worden.

  • Vraag aan je sportclub of zij deze hulpmiddelen hebben. Als dit niet zo is, kan een sportclub bij de provinciale uitleendienst van Sport Vlaanderen gratis (G-)sportmateriaal ontlenen. 

  • Ja, dat kan. Zowel in inclusieve als doelgroepgerichte clubs is sport in competitieverband mogelijk. Dit zou voor elke sport mogelijk moeten zijn, maar is vaak afhankelijk van de specifieke ondersteuningsnoden, het vinden van geschikte trainers en een geschikt en toegankelijk sportterrein. G-Sport Vlaanderen kan je helpen in jullie zoektocht naar een sportclub waar dit mogelijk is.

    Jouw kind kan ook deel uitmaken van een competitieve sportploeg zonder zelf te moeten deelnemen aan de wedstrijden. Ga vooral op zoek samen met de trainers naar manieren waarop jouw kind kan participeren, zowel tijdens de training als op wedstrijden. Denk aan rollen als materiaalverantwoordelijke, assistent-coach, scoreteller, e.d.

Jeugdwerk
  • Ja, dat kan. Binnen het jeugdwerk wordt dit soms ook wel ‘co-animator’ genoemd.  

    Laat je inspireren en lees het verhaal ‘van lid naar monitor’.

  • Binnen sommige organisaties wordt van animatoren verwacht dat ze een animatorenattest hebben. Deze cursus wordt georganiseerd door een koepelorganisatie. Vaak bieden zij ook co-animatorencursussen aan, die aangepast zijn aan de talenten en noden van jouw kind.  

    Zo’n attest is niet altijd noodzakelijk. Ga in gesprek met je organisatie en bekijk samen wat mogelijk is.

  • Je kan aankloppen bij een organisatie die je op het oog hebt, maar je kan je in de zoektocht ook laten ondersteunen. Elk lokaal bestuur heeft een jeugddienst, of een schepen van jeugd die je te woord kan staan. Zij kennen het lokale aanbod. Daarnaast kan je ook terecht bij toeleidingsorganisaties (o.a. lokale jeugdwelzijnswerkingen). Zij kunnen je ondersteunen door het aanbod kenbaar te maken, maar kunnen ook mee een gesprek voeren, of een eerste keer samen naar een activiteit gaan van de organisatie.  

    Je kan bij een toeleidingsorganisatie terecht voor een inclusieve vraag, maar ook voor doelgroepspecifieke vragen. Als jullie zoeken naar een inclusieve werking, vermeld dit dan zeker expliciet.

Inclusief leven

  • Een werkplek is inclusief als het werk gebeurt op de reguliere arbeidsmarkt.

    👉 Het kan gaan over betaald werk of vrijwilligerswerk, met of zonder ondersteuning.  

    Om het werk zo inclusief mogelijk te maken, kan je de inclusieve waarden toepassen. In welke mate zet de werkplek in op: erbij horen, talenten kunnen tonen, ondersteuning om te kunnen participeren en wederkerigheid?

    Het takenpakket is op maat van de persoon (o.a. via job crafting, job carving en inclusive job design) en de persoon neemt door het werk een sociaal gewaardeerde rol op.   

  • De mogelijkheden om te werken zijn heel uitgebreid: o.a. vrijwilligerswerk, betaald werk met ondersteuning of zonder ondersteuning.

    In de tool hieronder maken we gebruik van de ‘participatieslang’ (POM West-Vlaanderen, 2018), om een overzicht te geven van: tewerkstellingsmogelijkheden, participatie op het werk en diverse maatregelen.

    Een arbeidsloopbaan is een proces waarin je voor- en achteruit kunt bewegen, afhankelijk van je mogelijkheden of de situatie. Zo kan ziekte ervoor zorgen dat je (tijdelijk) een stap terugzet, om daarna het werk weer helemaal of gedeeltelijk op te pakken.

  • Ja, zowel het VN-verdrag voor de Rechten van Personen met een Handicap (artikel 27) als de Belgische Grondwet (artikel 22ter) benadrukken dat onze overheid ervoor moet zorgen dat personen met een beperking kunnen participeren aan alle aspecten van het maatschappelijk leven. Bij voorkeur participeren mensen met een beperking dus op de gewone arbeidsmarkt.

  • Ja, redelijke aanpassingen zijn aanpassingen die drempels verlagen voor mensen met specifieke noden zodat ze zo gelijkwaardig mogelijk kunnen deelnemen. Ook op het werk heb je hier recht op.

    👉 Redelijke aanpassingen worden steeds aangepast aan de concrete situatie en de noden van de persoon

    👉 Je hebt er recht op al van bij het solliciteren tot bij het uitvoeren van jouw werk

    👉 Er bestaan er verschillende maatregelen en premies voor aanpassing op de werkplek en begeleiding

    👉 Of een aanpassing redelijk is, moet situatie per situatie bekeken worden volgens de vastgelegde criteria. Meer info vind je hier of in onze kennisclip.
     

    Voor het aanvragen van redelijke aanpassingen is geen procedure uitgewerkt. Je moet zelf het gesprek aangaan met de werkgever of de werkgever kan zelf het initiatief nemen.

    Het weigeren van redelijke aanpassingen is een vorm van discriminatie. Je kan een klacht indienden bij het Vlaams Mensenrechten Instituut of Unia. Afhankelijk van de werkplek moet je bij één van deze instanties aankloppen.

    💡 Info en voorbeelden van redelijke aanpassingen op het werk

  • Er zal een impact zijn, maar je verliest niet direct alle uitkeringen als je betaald gaat werken.

    👉 Wanneer je zoon/dochter gaat werken met een arbeidscontract (dus een inkomen krijgt) zal dat een impact hebben op de uitkering (o.a. inkomensvervangende tegemoetkoming, integratietegemoetkoming of ziekte-uitkering) die hij/zij reeds ontvangt.

    👉 Hoe groot deze impact is, hangt af van het inkomen, de persoonlijke situatie en de gezinssamenstelling.

     De maatschappelijk assistenten van de FOD-sociale zekerheid of de mutualiteit (in geval van ziekte-uitkering) kunnen berekenen wat de financiële impact van betaald werk is voor jouw kind.

    Meer info kan je lezen op onze infopagina.

    Naast het financiële aspect, zijn er uiteraard nog tal van andere redenen om de stap naar (betaald) werk te zetten: opbouwen van sociale contacten, uitbouwen van kennis en vaardigheden, vergroten van je gevoel van eigenwaarde, e.d.

  • De meeste jongeren komen op 15 of 16 jaar voor het eerst in aanraking met 'werken'. Ze lopen stage, doen een vakantiejob of vrijwilligerswerk. Dit is het perfecte moment om te starten met de zoektocht naar inclusief werk en al deze leerkansen vorm te geven.

    Als ouder kan jij het verschil maken. Je kunt deze kansen aanmoedigen en ondersteunen met een sterke beeldvorming.

    Je kan na elke werkervaring of stage bijhouden:

    👉 welke taken jouw kind heeft gedaan

    👉 welke ondersteuning je kind kreeg

    👉 wat de sterktes en interesses zijn van je kind

    Je kunt hiervoor onze Zo Zit Ik In Elkaar-tool (ZZIET) gebruiken.

    Je hoeft ook niet te wachten tot jouw kind is afgestudeerd om een beroep te doen op de VDAB. Zit je kind in het laatste jaar van het secundair onderwijs? Dan kan je hem of haar al op 1 januari inschrijven bij de VDAB. Hoe je dit doet en welke voordelen dat heeft, lees je hier.

    Is je kind 17,5 jaar oud? Dan kan je eventueel een beroep doen op GTB om de overgang van school naar werk te ondersteunen. Dit gebeurt dan via transitietrajecten.  

    💡Tip: Kijk zeker in onze Eerste Hulp Bij Stage-tool. Daarin zie je hoe je een stage inclusief maakt (bijvoorbeeld met redelijke aanpassingen) en hoe je die info kunt gebruiken voor een (nieuwe) inclusieve werkplek.

  • Voor begeleiding en/of ondersteuning bij de zoektocht naar werk kan je steeds terecht bij de VDAB.

    👉 De eerste stap voor je kind is zich inschrijven als werkzoekende.

    👉 Eens dit gebeurd is, kan de VDAB-consulent jullie in contact brengen met GTB (Gespecialiseerd Team Bemiddeling).

    👉 Van hieruit wordt je kind verder ondersteund door een persoonlijk bemiddelaar die samen met het netwerk de mogelijkheden voor werk zal bekijken. In dit proces kan je kind en jij als ouder (mee)werken aan een krachtige beeldvorming.   

    Daarnaast zijn er ook professionelen op de privémarkt, bv. Auti-coaches, waarop je een beroep kan doen om je kind te ondersteunen bij de stap naar werk. Voor welbepaalde zaken zullen zij echter ook samen met je kind via VDAB en/of GTB moeten gaan.  

    💡 Tip: Je hoeft ook niet te wachten tot jouw kind is afgestudeerd om een beroep te doen op de VDAB. Zit jouw kind in het laatste jaar van het secundair onderwijs? Dan kan je hem/haar al op 1 januari inschrijven bij de VDAB. Hoe je dit doet en welke voordelen dit heeft, lees je hier. 

    In onze reeks ‘Ouders voor Inclusie vraagt - VDAB & GTB’ stellen we veelgestelde vragen over inclusief werk van ouders aan deze partners. Bekijk het filmpje hier.

  • Je kind en de (toekomstige) werkgever kunnen een beroep doen op de tewerkstellingsondersteunende maatregelen van de Vlaamse overheid. Hier vind je meer informatie.

    Deze maatregelen hebben, samen met het recht op redelijke aanpassingen, als doel om je kind te ondersteunen om op een gelijkwaardige manier deel te nemen aan de arbeidsmarkt.

    👉 De overheid biedt deze ‘tewerkstellingsondersteunende maatregelen’ niet spontaan aan

    👉 Je moet deze zelf aanvragen. Meer informatie over het aanvragen vind je hier

    👉 Wanneer je kind begeleid wordt door een GTB-bemiddelaar kan deze dit voor je kind aanvragen

  • Dat hangt af van de erkenning dat je kind heeft.

    👉 Heeft je kind een erkenning van onbepaalde duur? Dan heeft het starten met werk hier geen enkele invloed op. Het werk is dan puur administratief.

    👉 Heeft je kind een tijdelijke erkenning? Dan kan het starten met werk wel een invloed hebben op deze erkenning. Op het moment van een herziening kan je kind de erkenning verliezen. Als dat gebeurt, kan je de erkenning altijd opnieuw aanvragen als het werken toch niet lukt.

  • Ja, ook jongeren met een beperking kunnen en mogen vakantiewerk doen, net als elke andere jongere. Voor hen gelden dezelfde regels rond vakantiewerk.

    Net zoals bij inclusief werk, kan jouw zoon/dochter vaak ook voor hun vakantiewerk een beroep doen op ondersteunende maatregelen.

    Vind je niet meteen een geschikte vacature? Dan kan je een uitzendkantoor inschakelen. Het is dan wel belangrijk dat je de sterktes en noden van je kind duidelijk uitlegt. Je kan hiervoor gebruik maken van onze Zo Zit Ik In Elkaar-tool (ZZIET).  

    💡 Woon je in Antwerpen? Dan kan je gebruikmaken van ‘Onbeperkt Jobstudent’. Zij zoeken een match met een bedrijf dat al openstaat voor jongeren met een beperking.

  • Elke jongere die

    👉 OF 15 jaar is en in het 3de middelbaar zit

    👉 OF 16 jaar is

    mag vrijwilligerswerk doen.  

    Ook wanneer je kind een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) en/of een integratietegemoetkoming (IT) ontvangt, mag hij/zij vrijwilliger zijn. De overheid heeft bepaald hoeveel onkostenvergoeding of vrijwilligersvergoeding jouw kind mag ontvangen zonder zijn IVT/IT te verliezen. Ga je boven dit bedrag, dan zijn je inkomsten uit vrijwilligersbedrag namelijk belastbaar (ook als je geen beperking hebt).

    Alle details, vacatures en het huidige maximumbedrag vind je op: www.vrijwilligerswerk.be 

  • Bij begeleid werken krijgt je kind een vaste begeleider of jobcoach die hem/haar ondersteunt doorheen het hele proces van werk zoeken tot op de werkvloer: de aanmelding, de zoektocht en het werken op de werkplek zelf.

    👉 Als jouw kind dan start met werken, wordt hij/zij een ‘begeleid werker’.

    👉 Als begeleid werker is er geen arbeidscontract en dus ook geen loon, maar een schriftelijke overeenkomst waardoor je kind verzekerd is tijdens het werken.

    👉 Onder bepaalde voorwaarden kan er een onkostenvergoeding gegeven worden.

    Starten met begeleid werken kan via Rechtstreeks Toegankelijke Hulp (RTH) en kan dus ook op basis van een vermoeden van een beperking. Ontvangt je kind een persoonsvolgend budget (PAB/PVB), dan kan je hiermee jobcoaching inkopen.

    Wens je meer informatie of wil je je aanmelden, neem dan contact op met een begeleid werken- partner bij jou in de buurt. Je kan ze terugvinden via Zorgwijs, de website van het VAPH of het platform begeleid werken.